Vraag van de week: Hoe werkt de Praktijkroute?

De Banenafspraak kan bij u als werkgever vragen oproepen. Die nemen we natuurlijk graag bij u weg. Immers: hoe minder vragen, hoe minder hoog de drempel om inclusief te ondernemen.

Wekelijks plaatsen we daarom één van de meest gestelde vragen met het juiste antwoord. Deze vraag heeft te maken met de Banenafspraak:
Werkgevers in de marktsector hebben beloofd te zorgen voor 100.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit noemen we de Banenafspraak. Deze afspraak is onderdeel van het Sociaal Akkoord, en vastgelegd in de Participatiewet die sinds 1 januari 2015 geldt. De afspraken zijn gemaakt tussen werkgevers- en werknemersorganisaties en de overheid.

Antwoord:

De Praktijkroute is een extra toegangsroute om mensen met een arbeidsbeperking in het doelgroepregister van de banenafspraak op te nemen. De Praktijkroute, die sinds 1 januari 2017 openstaat, maakt het eenvoudiger om mensen met een arbeidsbeperking aan de slag te krijgen in een reguliere baan, met de ondersteuning die zij nodig hebben. Bovendien bespaart deze extra toegangsroute u als werkgever administratieve rompslomp.

Op de werkplek, geen beoordeling UWV nodig
Via de Praktijkroute wordt op de werkplek vastgesteld of iemand vanwege zijn/haar beperkingen zelf in staat is om het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen. Lukt dat niet, dan wordt diegene opgenomen in het doelgroepregister en is een beoordeling door het UWV niet meer nodig.

Wordt een medewerker op grond van de Praktijkroute opgenomen in het doelgroepenregister, telt de baan mee voor de banenafspraak. Werkgevers hebben bij ziekte aanspraak op de no-riskpolis. Sinds 1 januari 2018 heeft deze groep ook recht op een doelgroepverklaring LKV ‘banenafspraak en scholingsbelemmerden’ waarmee de werkgever aanspraak kan maken op het loonkostenvoordeel (LKV).

Hoe gaat dit in zijn werk?

  • Mensen worden op de werkplek beoordeeld, bij voorkeur tijdens een proefplaatsing. De Praktijkroute sluit daardoor beter aan op het arbeidsleven. De gemeente stelt aan de hand van een gevalideerde methodiek vast of de persoon met een arbeidsbeperking zelf in staat is om het WML te verdienen op die werkplek. Is dat niet het geval, dan geeft de gemeente dit door aan het UWV en wordt de persoon met een arbeidsbeperking in het doelgroepregister van de banenafspraak opgenomen. Een extra beoordeling door het UWV is dan niet meer nodig.
  • De baan waarop deze persoon werkt, telt mee voor de banenafspraak als de persoon in het doelgroepregister wordt opgenomen. Ook kunt u als werkgever dan aanspraak maken op bepaalde voordelen, zoals loonkostensubsidie, de no-risk polis, de premiekorting (als de persoon voor die tijd nog niet in een dienstbetrekking werkte), het Lage Inkomens Voordeel (LIV) als aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan en het Loonkostenvoordeel (LKV).
  • Sinds 1 januari 2017 kunnen mensen digitaal worden aangemeld voor instroom via de Praktijkroute. Mensen die voor die tijd al werkten met een loonkostensubsidie, vallen sinds begin dit jaar ook onder het doelgroepregister. Werkgever moet in zo’n geval zelf bij de contactpersoon van UWV en gemeenten navragen of de werknemer daadwerkelijk is opgenomen in het doelgroepregister.

By |2018-07-25T15:14:23+02:008 augustus 2018|Nieuws, Vraag van de week|0 reacties

About the Author:

Deze website gebruikt cookies om ons een beeld te geven van het bezoek van deze website. Ok