Minder regels, meer banen

Als het gaat over inclusie in Nederland gaat de discussie de afgelopen tijd vooral over het kabinetsvoorstel een loondispentatiesysteem in te voeren. De staatssecretaris werkt op dit moment haar voorstellen uit. De komende weken peilt ‘Op naar de 100.000 banen’ de verschillende meningen via een serie columns rond de vraag: waar moet een nieuw systeem aan voldoen om de doelstellingen uit de Banenafspraak te halen en Nederland inclusiever te maken? Vandaag: Illya Soffer, directeur Ieder(in).

 

Met de ratificatie van het VN-verdrag Handicap heeft Nederland zich gecommitteerd aan het geleidelijk bevorderen van een inclusieve samenleving: een maatschappij waarin mensen met een beperking volwaardig meedoen. De arbeidsmarkt is daar een belangrijk onderdeel van en komt uitvoerig aan bod in het verdrag. Aan de positie van mensen met een beperking op de arbeidsmarkt moet nog een hoop worden verbeterd. De belangen van mensen met een arbeidsbeperking en van werkgevers komen voor een groot deel overeen. Want beide partijen hebben baat bij eenvoudige en eenduidige regelgeving.

Als het gaat over werk voor mensen met een beperking en een inkomen om in het eigen levensonderhoud te voorzien, staat Nederland er niet al te best voor. Een veel te groot deel van de mensen met een beperking werkt niet en zij zijn oververtegenwoordigd in de laagste inkomensgroepen. Om daar iets aan te veranderen, voerde het vorige kabinet de Participatiewet in.

Organisaties van en voor mensen met een beperking hebben de wet vanaf het begin een gedrocht gevonden. Het maakt onderscheid tussen verschillende groepen mensen met een beperking, met onderlinge concurrentie als gevolg en zorgt voor meer onzekerheid en afhankelijkheid. Precies het tegenovergestelde van wat in het VN-verdrag staat.

Voor werkgevers betekent het dat (potentiële) werknemers met een beperking onder de Participatiewet of in de Wajongvarianten van voor 2015 vallen. Met binnen deze groepen nog eens een veelvoud aan verschillende regelingen. Voor werkgevers, maar ook voor werknemers, leidt die bureaucratie soms tot een onwerkbare situatie. Terwijl veel werkgevers bereid zijn mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Het is geen toeval dat het bedrijfsleven de doelstellingen van de banenafspraak, in tegenstelling tot de overheidswerkgevers, wel haalt.

Met het achterblijven van positieve effecten van de Participatiewet, heeft het nieuwe kabinet in het regeerakkoord het voornemen vastgelegd om middels het instrument van loondispensatie meer banen te creëren voor mensen met een beperking. Loondispensatie kan op massieve tegenstand rekenen van maatschappelijke organisaties. Veertig organisaties verenigden zich in het pamflet van Ieder(in) en een petitie tegen de voorgenomen maatregel werd 90.000 keer getekend.

Loondispensatie ondermijnt mensenrechten en het heeft tal van ongewenste effecten op de arbeidsvoorwaarden. Uit onderzoeken blijkt bovendien dat loondispensatie niet tot meer duurzame banen zal leiden en veel werkgevers betwijfelen of de regeling voor minder bureaucratie zorgt. De vereniging voor sociale werkgelegenheid Cedris peilde dat veel werkgevers geen voorstander zijn van de invoering van loondispensatie. Desalniettemin houdt het kabinet halsstarrig vast aan dit voornemen.

Staatssecretaris Van Ark heeft meermaals aangegeven dat zij recht wil doen aan het VN-verdrag Handicap door meer mensen met een beperking aan het werk te krijgen. Haar inzet voor die doelgroep lijkt geloofwaardig. Wil ze echter over drie jaar meer hebben bereikt dan symbolische stoplappen, dan zou ze nu niet alleen met loondispensatie moeten zwaaien of de Wajong op onderdelen moeten repareren. Wat wel nodig is, zijn een vereenvoudiging en harmonisering van de totaal versnipperde regelgeving, het beschikbaar maken van een eenduidiger en flexibeler voorzieningenpakket en het verlagen van de risico’s voor werkgevers en werknemers om met elkaar in zee te gaan.

Voor echte verbeteringen is een fundamentele aanpassing van de Participatiewet nodig. Daarmee wordt het aannemen van mensen met een beperking makkelijker en dat is in een ieders voordeel. Dat gedeelde belang biedt werkgevers en belangenorganisaties van en voor mensen met een beperking voldoende mogelijkheden om gezamenlijk op te trekken richting de politiek.

Ilyla Soffer is directeur van Ieder(in)
Een koepelorganisatie van mensen met een lichamelijke handicap, verstandelijke beperking of chronische ziekte. Tweehonderdvijftig organisaties zijn bij het netwerk aangesloten. In samenwerking met het College voor de Rechten van de Mens  biedt Ieder(in) een training, die werkgevers helpt bij het aannemen van mensen met een arbeidsbeperking.

By |2018-07-13T14:00:45+02:0013 juli 2018|Columns, Nieuws|0 reacties

About the Author:

Deze website gebruikt cookies om ons een beeld te geven van het bezoek van deze website. Ok