Banenafspraak is de motor van de inclusieve arbeidsmarkt

Met statistiek kun je alle kanten op. Gewapend met een staafdiagram en decimaal vermenigvuldiging laat zich alles ‘bewijzen’. Dat bleek deze week wel weer.

Een rapport van Cedris, dat deze week via de media naar buiten kwam, betwist de resultaten van de banenafspraak. Door dit niet mee te tellen en dat te betwijfelen, zouden er veel minder nieuwe banen zijn gecreëerd dan tot nu toe bekend werd verondersteld. Mijn inhoudelijke reactie op het rapport heb ik deze week al op meerdere plekken gegeven. In het kort: het klopt simpelweg niet. De UWV polisadministratie registreert alle werkenden in Nederland en de bewegingen daarbinnen. De rapportages banenafspraak registeren de nieuwe banen voor mensen uit de doelgroep  banenafspraak die in het bedrijfsleven en bij de overheid tot stand zijn gekomen.

Maar de uitkomsten werden, met minder dan een week te gaan tot de begrotingsbehandeling van SZW, gretig omarmd door vakbonden en sommige politieke partijen. Daarmee is het politiek rapport. En daarom wordt het plotseling belangrijk om de rol van de banenafspraak echt te begrijpen.

De banenafspraak is namelijk een motor om de arbeidsmarkt inclusiever te maken. Zoals staatssecretaris Van ’t Wout het deze week treffend samenvatte: “Doel van de banenafspraak is mensen met een beperking aan een baan te helpen bij een reguliere werkgever, niet in een gecreëerde werkomgeving.”

Dat is de kern van de zaak. Willen we een samenleving waarin mensen hun talenten in kunnen zetten en zich kunnen ontwikkelen? Of willen we een samenleving waarin mensen met een arbeidsbeperking zich, op basis van dat labeltje, tevreden moeten stellen met een plaatsje tussen de muren van de sociale werkvoorziening?

Begrijp me niet verkeerd. Ik heb een soft spot voor de SW. In mijn Cedrislezing van 2019 (oh wat een ironisch toeval) heb ik er uitgebreid op gewezen dat de infrastructuur van de individuele SW-bedrijven een belangrijke bijdrage kan leveren aan de inclusieve arbeidsmarkt en dat die ontwikkelbedrijven daarvoor ook de ruimte en de middelen verdienen.

Maar helemaal terug naar de SW is niet de oplossing. Binnen de banenafspraak krijgt, zoals Jetta Klijnsma altijd zei, ‘de groep een kans, die tot nu toe altijd achteraan stond.’ Inclusie in de maatschappij en op de arbeidsmarkt brengen we alleen dichterbij als werkgevers van markt en overheid hun deuren openen voor mensen met een arbeidsbeperking (en voor anderen met een afstand tot de arbeidsmarkt).

En precies dat is in het kader van de banenafspraak gebeurd. Het Feyenoordstadion is te klein om plaats te bieden aan de hele groep, die sinds 2015 aan het werk is gekomen. Er zijn bijna 60.000 werkplekken, van 25,5 uur per week, bijgekomen. Dit zijn banen die hiervoor niet werden ingevuld door mensen met een arbeidsbeperking. Daar mag Cedris alle rekenmethodes ter wereld op los laten.

Volgens mij bewijst dit dat de beweging naar inclusie op gang is gekomen. Volgens mij bewijst dit dat talloze mensen met een arbeidsbeperking nu iedere dag naar hun werk kunnen gaan. Volgens mij bewijst dit dat werkgevers (en projectleiders en collega’s) zich met hart en ziel inzetten om de doelen uit de banenafspraak dichterbij te brengen. Volgens mij bewijst dit dat de banenafspraak, een prachtig project van bedrijfsleven en overheid, werkt.

Aart van der Gaag, een leven lang werkzaam (publiek en privaat) op de arbeidsmarkt. Boegbeeld VNO/MKB/LTO, inzet 100.000 arbeidsbeperkten, inspirator overheid voor de 25.000 banen.

By |2020-11-14T15:53:50+02:0013 november 2020|Columns, Nieuws|0 reacties

About the Author:

Deze website gebruikt cookies om ons een beeld te geven van het bezoek van deze website. Ok